ECLI:NL:RBZWB:2023:73
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren zonder betaling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat zijn voertuig zonder betaling op een parkeerplaats stond. Hij stelde dat hij slechts kortstondig was gestopt om een voorafbetaalde bestelling op te halen, wat volgens hem viel onder het begrip 'laden en lossen'.
De rechtbank overwoog dat parkeren niet aan de orde is bij onmiddellijk in- of uitstappen of laden en lossen van zaken van enige omvang of gewicht. De bewijslast hiervoor ligt bij belanghebbende. De bestelling bestond uit twee thuismenu's en twee wijnarrangementen, waarvan de rechtbank oordeelde dat deze niet van zodanige omvang of gewicht waren dat vervoer per auto noodzakelijk was.
Verder waren er geen aanwijzingen van daadwerkelijke laad- of losactiviteiten op de overgelegde foto's. Het feit dat de partner van belanghebbende in de auto zat, deed hier niet aan af. De rechtbank concludeerde dat sprake was van parkeren en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat de aanslag gehandhaafd blijft en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.