ECLI:NL:RBZWB:2023:7197
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijstand in de vorm van een geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Eiser ontving sinds 2014 bijstand, die werd beëindigd na ontvangst van een erfenis. Hij vroeg opnieuw bijstand aan, welke het college toekende in de vorm van een geldlening vanwege een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Eiser betwistte dit en stelde dat de waardedaling van zijn beleggingen door de coronapandemie niet te voorzien was en dat het besluit onevenredig was.
De rechtbank overwoog dat beleggen risico's met zich meebrengt en dat eiser bewust een groot risico nam door vrijwel de gehele erfenis te beleggen, wat leidde tot waardeverlies. Dit was niet uitsluitend door corona veroorzaakt. Eiser had moeten beseffen dat hij bij verlies van vermogen weer bijstand nodig zou hebben. Het college had berekend dat eiser met verantwoord uitgavenpatroon 21 maanden zonder bijstand had gekund, terwijl hij slechts circa 8 maanden bijstand ontving.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de bijstand als geldlening toekende en dat dit geen onevenredige gevolgen voor eiser heeft, mede omdat terugbetaling rekening houdt met zijn financiële situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt terecht als geldlening toegekend.