ECLI:NL:RBZWB:2023:71
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden en aanslagen onroerendezaakbelasting gemeente Tilburg 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting van vijf objecten in de gemeente Tilburg voor het jaar 2019. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslagen en de WOZ-waarden, waarbij onder meer gebruik werd gemaakt van eigen verkoopcijfers en vergelijkingsmethoden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen één object (een winkelpand) was ingetrokken en beoordeelde de overige bezwaren. Voor het object [object 3], een hoekwoning, werd de waarde na inpandige opname door de heffingsambtenaar verlaagd, hetgeen de rechtbank gegrond verklaarde. Voor de overige objecten werden de WOZ-waarden en aanslagen gehandhaafd, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waardering te hoog was.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar de waardebepaling op correcte wijze had uitgevoerd, rekening houdend met de staat van de objecten en relevante verkoopgegevens. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht wegens het gegrond verklaarde beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor één object met verlaging van de WOZ-waarde en aanslag; overige beroepen worden ongegrond verklaard.