ECLI:NL:RBZWB:2023:6955
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag accijns en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag accijns van ruim €59 miljoen opgelegd met daarbij belastingrente. Het bezwaar hiertegen werd door de inspecteur ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep en constateerde dat de inspecteur ter zitting volledig tegemoetkwam aan belanghebbende, waardoor de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking werden vernietigd.
Daarnaast maakte belanghebbende aanspraak op een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank stelde vast dat de procedure ruim 2 jaar en 7 maanden duurde, terwijl de redelijke termijn 2 jaar bedraagt. De overschrijding van 7 maanden leidde tot een vergoeding van €1.000, waarvan €571 voor rekening van de inspecteur komt en €429 voor de Minister.
Ook werd belanghebbende een vergoeding van proceskosten toegekend, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een totaalbedrag van €2.266. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot betaling van deze kosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 oktober 2023.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking worden vernietigd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens termijnoverschrijding.