ECLI:NL:RBZWB:2023:6898

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 oktober 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
AWB- 22_3811
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking omgevingsvergunning

Verzoeker had beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda waarbij een milieuneutrale omgevingsvergunning werd verleend voor de uitbreiding van een inrichting met een buitenterras. Het college verklaarde de bezwaren van verzoeker ongegrond en handhaafde het besluit. Later trok het college het primaire besluit in op verzoek van de vergunninghouder.

Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn beroep in en vroeg om een veroordeling van het college in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het college niet aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen, omdat de intrekking van de vergunning het gevolg was van een verzoek van de vergunninghouder zelf en niet van het beroep van verzoeker.

Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het college niet aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3811 WABO

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2023 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats 1], verzoeker,

(gemachtigde: mr. M.I.J. Toonders),
en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, college,

([gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten, dat verzoeker heeft gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het bestreden besluit van het college van 22 juni 2022.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft de rechtbank verzocht om verzoeker geen proceskostenvergoeding toe te kennen, omdat het primaire besluit van 22 juni 2022 is ingetrokken wegens gewijzigde omstandigheden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling [1] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
In het primaire besluit heeft het college aan Breepark complex B.V. (vergunninghoudster) een milieuneutrale omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van de bestaande inrichting met een buitenterras aan de [adres] te [plaats 2]. Het buitenterras zou tussen de bestaande evenementenhal en het evenemententerrein van vergunninghoudster gerealiseerd worden. Het college heeft in het bestreden besluit de bezwaren van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten. Verzoeker heeft op 22 augustus 2022 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
4.2.
Het college heeft bij besluit van 12 juli 2023 het primaire besluit op verzoek van vergunninghoudster ingetrokken. Verzoeker heeft vervolgens het beroep tegen het bestreden besluit ingetrokken. In dit geval kan niet worden geoordeeld dat het college aan het beroep van verzoeker is tegemoetgekomen. Er is sprake van gewijzigde omstandigheden, die erin zijn gelegen dat de vergunninghouder zelf om intrekking van de vergunning verzocht [3] .

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 oktober 2023 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Bijvoorbeeld AbRS 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084 en AbRS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:258.