ECLI:NL:RBZWB:2023:6864
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een kennisgeving van de inspecteur waarin wettelijke rente werd toegekend wegens te late betaling van een kostenvergoeding. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent en de kennisgeving van wettelijke rente geen besluit is dat voor bezwaar vatbaar is.
De rechtbank bevestigde dat de wettelijke rente gebaseerd is op artikel 6:119 BW Pro en niet op belastingwetgeving, en dat de kennisgeving geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er geen hoorplicht bestond, noch op grond van nationale wetgeving noch op basis van Unierecht, en dat belanghebbendes klacht over het ontbreken van een hoorgesprek niet slaagde.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees erop dat belanghebbende het geschil kan voorleggen aan de burgerlijke rechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de kennisgeving kostenvergoeding wettelijke rente is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.