Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 juli 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres01]
- de pleitnota van [gedaagde01] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres was in dienst bij bedrijf01 en werkte in een werkgebied dat per datum02 2022 werd toegewezen aan gedaagde01. De arbeidsovereenkomst is op grond van artikel 7:663 BW Pro overgegaan op gedaagde01. Eiseres vordert loonbetalingen vanaf november 2022 tot mei 2023, vakantiebijslag, eenmalige uitkering, wettelijke rente en incassokosten van gedaagde01.
Gedaagde01 voert verweer tegen de overgang van onderneming en de hoogte van het loon. De kantonrechter neemt het vonnis in de bodemprocedure als uitgangspunt dat sprake is van overgang van onderneming en wijst het verweer af dat loon al door bedrijf01 is betaald. Wel wordt het loon verlaagd tot het op loonstrook vermelde uurloon van €14,82.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde01 tot betaling van het loonvoorschot, vakantiebijslag, eenmalige uitkering naar deeltijdratio, wettelijke verhoging gematigd tot 25%, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van loon, vakantiebijslag, eenmalige uitkering, wettelijke rente, wettelijke verhoging en incassokosten aan eiseres.