Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 181,= aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.674,= aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 500,=.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
5. Indien de rechtspersoon of vennootschap onderdeel is van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, in afwijking van het vierde lid, uitgegaan van de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 maart 2020 bestond. […]
[…]
c. in welke aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 de werkgever een omzetdaling verwacht;