ECLI:NL:RBZWB:2023:6331
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep forensenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag forensenbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Veere voor het jaar 2022. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door de heffingsambtenaar, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. Vervolgens vernietigde de heffingsambtenaar de aanslag ambtshalve, waarna belanghebbende het beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name artikel 8:54, 8:75 en 8:75a, en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hoewel de heffingsambtenaar aan het beroep tegemoet was gekomen, stelde belanghebbende geen proceskosten vast en was het beroepschrift niet ingediend door een derde met beroepsmatige rechtsbijstand.
Daarom bestond geen grond voor proceskostenveroordeling. De rechtbank wees erop dat belanghebbende het betaalde griffierecht van €50,- rechtstreeks bij de heffingsambtenaar kan claimen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen proceskosten zijn gesteld of aangetoond.