ECLI:NL:RBZWB:2023:6198
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting kennelijk ongegrond verklaard
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De kern van het geschil betrof de vraag of het juiste tarief voor de kostenvergoeding was toegepast, aangezien de uitspraak op bezwaar pas later per e-mail bekend werd gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de bekendmaking van het besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming ervan en dat er geen aanwijzingen waren dat het besluit niet in 2022 was genomen. Daarom was het terecht dat het tarief van 2022 werd gehanteerd. De latere bekendmaking in 2023 rechtvaardigde geen andere conclusie.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en openbaar gemaakt op 8 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting is kennelijk ongegrond verklaard.