ECLI:NL:RBZWB:2023:6195
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij belanghebbende stelt dat door de latere bekendmaking van de uitspraak op bezwaar een onjuist tarief is toegepast.
De rechtbank oordeelt dat bekendmaking van het besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming ervan en dat het besluit in 2022 is genomen. De heffingsambtenaar heeft daarom terecht het in 2022 geldende tarief gehanteerd.
Het beroep wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt kennelijk ongegrond verklaard.