ECLI:NL:RBZWB:2023:6131
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen onthouding toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens strafbeschikkingen
Eiser, die een BBL-opleiding Beveiliging volgde en stage liep bij een beveiligingsbedrijf, kreeg van de korpschef op 10 januari 2023 de toestemming onthouden om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Deze weigering werd gebaseerd op twee strafbeschikkingen uit 2020: één voor het aanwezig hebben van een geringe hoeveelheid hennep en hasjiesj, en één voor een ernstige snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom. De korpschef stelde dat deze feiten de betrouwbaarheid van eiser ondermijnden, wat vereist is voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden.
Eiser voerde aan dat de strafbeschikking voor softdrugs onterecht was en dat de snelheidsovertreding niet meegewogen mocht worden omdat het een overtreding betrof. Tevens stelde hij dat de terugkijktermijn van vier jaar onevenredig was en dat hij zijn leven had gebeterd. De rechtbank oordeelde dat de strafbeschikkingen onherroepelijk zijn en op grond van de beleidsregels gelijkgesteld worden aan rechterlijke uitspraken. De korpschef had terecht de terugkijktermijn gehanteerd en hoefde niet af te wijken.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet de betrouwbaarheid bezit die vereist is voor beveiligingswerkzaamheden en dat het beroep ongegrond is. De korpschef handhaaft het besluit, eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De rechtbank benadrukte dat eiser in de toekomst, na het verstrijken van de terugkijktermijn en het aantonen van betrouwbaarheid, opnieuw toestemming kan aanvragen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het besluit van de korpschef om eiser de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden te onthouden vanwege onvoldoende betrouwbaarheid.