ECLI:NL:RBZWB:2023:5867
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nadere vaststelling en verhoging kosten observator in WHOA-procedure
In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant bij beschikking van 22 februari 2023 een nadere vaststelling gedaan van de kosten van de observator in de WHOA-procedure van [bedrijf01] B.V., een besloten vennootschap gevestigd te [vestigingsplaats01]. Eerder was het maximale bedrag voor de werkzaamheden van de observator vastgesteld op €145.000 exclusief btw en 5% opslag kantoorkosten.
De observator, mr. F. Verhoeven, heeft de rechtbank geïnformeerd dat het aanvankelijk vastgestelde bedrag voldoende was voor de eerste zes weken, maar dat de procedure naar verwachting nog twee maanden zal duren. Daarom verzocht hij om een verhoging van het maximale bedrag met €200.000 exclusief btw en opslag. Dit verzoek werd door de vennootschap gesteund.
De rechtbank vond de inschatting van de observator niet onredelijk en besloot het maximale bedrag te verhogen tot €345.000 exclusief btw en 5% opslag kantoorkosten. Tevens werd bepaald dat deze kosten ten laste komen van [bedrijf01] B.V. en dat de vennootschap zekerheid moet stellen voor de betaling aan de observator.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige kamer insolventies van de rechtbank te Breda en in het openbaar uitgesproken door voorzitter mr. M.D.E. Leppens, samen met mr. A.E. de Vos en mr. I.C. Prenger-de Kwant.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt het maximale bedrag voor de werkzaamheden van de observator tot €345.000 exclusief btw en legt de kosten ten laste van [bedrijf01] B.V.