ECLI:NL:RBZWB:2023:5758
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in forensenbelastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen twee aanslagen forensenbelasting over het jaar 2020 opgelegd door de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland. De heffingsambtenaar handhaafde één aanslag en verminderde de andere tijdens de bezwaarprocedure, zonder kostenvergoeding toe te kennen. Tijdens de beroepsprocedure gaf de heffingsambtenaar aan de beroepen volledig toe te komen en de proceskosten te vergoeden.
Belanghebbende trok zijn beroepen in, behoudens het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn met ongeveer zeven maanden was overschreden, wat recht geeft op een vergoeding van €1.000. Omdat de zaken samenhingen, werd slechts eenmaal vergoeding toegekend.
De rechtbank stelde vast dat de overschrijding volledig aan de heffingsambtenaar is toe te rekenen, omdat hij pas kort voor de zitting inhoudelijk op de gronden van belanghebbende inging. De rechtbank wees het verzoek om vergoeding toe en veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van €1.000 aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €1.000.