ECLI:NL:RBZWB:2023:5752
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor gehandicaptenparkeerplaats wegens voorliggende voorziening Wmo
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats, welke door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is afgewezen. Het college baseerde de afwijzing op het argument dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een voorliggende voorziening is die toereikend en passend is voor vervoersproblemen van personen met medische beperkingen.
Eiser betwist dit en stelt dat hij op grond van de Wmo geen vergoeding krijgt en dat er wel sprake is van noodzakelijke kosten voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden. De rechtbank overweegt dat volgens de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep de Wmo inderdaad als voorliggende voorziening geldt voor vervoersvoorzieningen, waaronder de gehandicaptenparkeerplaats.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat eiser geen vergoeding krijgt op grond van de Wmo niet betekent dat de kosten via de Participatiewet vergoed moeten worden. Er zijn geen zeer dringende redenen om op basis van artikel 16 PW Pro alsnog bijstand toe te kennen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser heeft geen recht op vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor de gehandicaptenparkeerplaats wordt ongegrond verklaard.