Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
de buitengerechtelijke incassokosten € 1.202,86
btw over de rente en kosten € 933,06
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
TBF en Staalbouw sloten een factorovereenkomst waarbij Staalbouw vorderingen op haar opdrachtgever aan TBF verkocht. TBF wilde de koop terugdraaien (retrocessie) omdat de debiteur de facturen betwistte. Staalbouw betwistte dit recht en stelde dat het debiteurenrisico volledig bij TBF lag.
De rechtbank oordeelde dat de factorovereenkomst TBF bevoegdheid geeft tot retrocessie bij betwiste vorderingen en dat Staalbouw deze retrocessie moet accepteren. Het beroep van Staalbouw op oneigenlijke dwaling werd verworpen omdat zij onvoldoende tegenbewijs leverde tegen de overeenkomst.
De rechtbank bepaalde dat TBF recht heeft op terugbetaling van de koopsom van €39.700,10 plus 4% opslag, maar wees een te hoog gevorderd bedrag aan btw en rente af. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van retrocessie. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten aan TBF toegewezen.
Staalbouw werd veroordeeld tot betaling van in totaal €41.288,10 plus wettelijke rente en bijkomende kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Staalbouw wordt veroordeeld tot betaling van €41.288,10 plus wettelijke rente en bijkomende kosten aan TBF.