Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- Van 1 september 2019 tot en met 31 december 2019
- Van 1 april 2020 tot en met 8 maart 2021
- Van 29 maart 2021 tot en met 21 september 2021
- De intrekking over de periode van 1 september 2019 tot en met 8 maart 2021 en van 29 maart 2021 tot en met 21 september 2021 wordt gehandhaafd onder wijziging van de motivering. Primair wordt tegengeworpen dat de middelen die eiseres van haar vader heeft ontvangen onduidelijk zijn, zodat niet vastgesteld kan worden of zij in bijstand behoevende omstandigheden verkeerde. De periode van 1 januari 2020 tot en met 31 maart 2020 wordt echter niet meegenomen in verband met het feit dat dit in primair besluit I niet meegenomen was;
- Subsidiair wordt het recht op bijstand ingetrokken vanaf 7 mei 2020 in plaats van 9 mei 2021 in verband met de werkzaamheden van eiseres als masseuse. De uitkering was al ingetrokken over de tussenliggende periode, dus eiseres gaat er hierdoor niet op achteruit;
- Subsidiair wordt de contante storting van € 1.400,- op 31 oktober 2019 nog altijd tegengeworpen, zodat er in de maand oktober 2019 geen recht op bijstand bestaat;
- Subsidiair wordt ook de uitkering over de periode van 1 augustus 2019 tot en met 31 juli 2021 herzien in verband met de ontvangst van middelen.