ECLI:NL:RBZWB:2023:5269
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Moerdijk
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Moerdijk, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €485.000 en na bezwaar verlaagd tot €465.000. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €364.000 zou moeten zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het taxatierapport en de aankoopprijs van de woning.
De rechtbank overwoog dat de waardepeildatum 1 januari 2020 is en dat de waarde wordt bepaald op basis van de staat van de woning op die datum. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de betaalde aankoopprijs van de woning overeenkomt met de vastgestelde waarde. Argumenten van belanghebbende over ligging en overlast konden het standpunt niet onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de waardebeschikking en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Vanwege verwarring over de gebruikte datum voor waardebepaling werd de heffingsambtenaar opgedragen het betaalde griffierecht van €49 aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €465.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.