ECLI:NL:RBZWB:2023:502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlies aanmerkelijk belang bij ontbinding vennootschappen en boetebeschikking
Belanghebbende bezat aandelen in twee vennootschappen die in 2016 werden ontbonden. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op zonder rekening te houden met verlies uit aanmerkelijk belang van vennootschap B en legde een vergrijpboete op.
Belanghebbende stelde dat hij een verlies van € 109.000 had geleden, voornamelijk door vennootschap B, maar kon dit niet met schriftelijke stukken onderbouwen. De inspecteur erkende slechts een verlies van € 9.000 voor vennootschap A en vernietigde uiteindelijk de boetebeschikking.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor het verlies op belanghebbende rust en dat hij deze niet heeft voldaan. Daarom werd het beroep tegen de navorderingsaanslag ongegrond verklaard, maar het beroep tegen de boetebeschikking gegrond en deze vernietigd. De inspecteur moet het griffierecht vergoeden, maar proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd, het verlies uit aanmerkelijk belang voor vennootschap B wordt niet erkend.