Op 30 juni 2021 werd verdachte samen met een medeverdachte gecontroleerd in de trein van Eindhoven naar Breda. Bij de controle werd een zwarte tas met ongeveer 7 kilo MDMA aangetroffen. De rechtbank stelde vast dat verdachte wetenschap had van de inhoud van de tas en dat sprake was van medeplegen. Daarnaast werd in de onderbroek van verdachte een Rolex horloge aangetroffen, waarvan de rechtbank aannam dat het witwassen betrof omdat verdachte wisselende en niet-onderbouwde verklaringen gaf over de herkomst.
Verder verzette verdachte zich opzettelijk tegen een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) tijdens de identiteitsfouillering, hoewel hij werd vrijgesproken van de geweldshandelingen die letsel veroorzaakten. De rechtbank achtte alle drie de feiten wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van 7 kilo MDMA een ernstig feit is dat bestemd was voor handel, en dat witwassen een aantasting vormt van de legale economie. Gezien de ernst van de feiten en de rol van verdachte, die als intellectuele dader werd gezien, werd een gevangenisstraf van 26 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding wegens gebrek aan causaal verband met de bewezen wederspannigheid. Verder werd de Rolex verbeurd verklaard en werden autosleutel en geldbedrag aan verdachte teruggegeven.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 14 juli 2023.