Uitspraak
- zijn voor de inkomstenbelasting fiscaal partner
- eiseres heeft een inwonend kind dat jonger is dan 18 jaar.
Omdat eiseres een partner heeft, maakt zij geen aanspraak op de eenoudertoeslag voor de periode juni tot en met december 2022.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft studiefinanciering ontvangen en een aanvraag gedaan voor een eenoudertoeslag voor de periode juni tot en met december 2022. DUO heeft deze aanvraag afgewezen omdat volgens de Basisregistratie Personen (BRP) een meerderjarige man op hetzelfde adres staat ingeschreven, die als partner van eiseres wordt aangemerkt op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).
Eiseres stelt dat zij voogd is geweest van deze meerderjarige man en dat hij als haar pleegkind kan worden beschouwd, waardoor de uitzondering op het partnerbegrip van toepassing zou zijn. De rechtbank overweegt dat het begrip pleegkind in de Awir niet nader is omschreven, maar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert een definitie van een kind dat wordt opgevoed en onderhouden als eigen kind.
De rechtbank stelt vast dat de man vanaf 2020 bij eiseres woont maar daarvoor in een zorginstelling verbleef en dat eiseres geen pleegvergoeding of kinderbijslag voor hem heeft ontvangen. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden om hem als pleegkind aan te merken. Daarom is de uitzondering op het partnerbegrip niet van toepassing en heeft DUO terecht de eenoudertoeslag geweigerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de eenoudertoeslag blijft in stand.