ECLI:NL:RBZWB:2023:4938
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen aanslag inkomstenbelasting 2019 na herziene aangifte
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019. De inspecteur had de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een verzamelinkomen van € 12.830. Belanghebbende diende vervolgens een herziene aangifte in met een hoger verzamelinkomen van € 19.880.
De rechtbank behandelde het beroep op 30 juni 2023, waarbij belanghebbende niet aanwezig was maar correct was uitgenodigd. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat het belanghebbende niet in een betere positie kon brengen. Daarnaast overwoog de rechtbank dat zonder nadere gronden voor vermindering het beroep ongegrond moest worden verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om teruggaaf van griffierecht af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard.