Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
- [eiser01] heeft vervolgens een schadestaatprocedure aanhangig gemaakt bij deze rechtbank (zaak- /rolnummer C/02/387720 / HA ZA 21-416) en gevorderd [naam01] , [gedaagde01] en [naam03] in hoedanigheid van bewindvoerder van [naam02] hoofdelijk te veroordelen aan hem te voldoen een bedrag van € 1.135.618,20, vermeerderd met rente en kosten.
- Deze rechtbank heeft in die schadestaatprocedure bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard verstekvonnis van 15 september 2021 de schade van [eiser01] , tot vergoeding waarvan [naam01] , [gedaagde01] en [naam02] bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 mei 2020 (zaaknummer 200.239.117/01) hoofdelijk zijn veroordeeld, vastgesteld op € 1.135.618,20 en heeft [naam01] , [gedaagde01] en [naam02] hoofdelijk veroordeeld dit bedrag, vermeerderd met rente en kosten, aan [eiser01] te betalen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
12.741,00(3,0 punten × tarief € 4.247,00)