ECLI:NL:RBZWB:2023:4610
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden en aanslagen OZB gemeente Middelburg 2019
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarden van drie onroerende zaken gelegen in Middelburg, vastgesteld per 1 januari 2019, en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2020. De heffingsambtenaar had het bezwaar deels gegrond verklaard voor één onroerende zaak, maar de overige bezwaren ongegrond. De rechtbank heeft de beroepen op 31 maart 2023 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld.
De rechtbank overweegt dat de waardebepaling voor de horecazaak en de voormalige dansschool is gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij marktgegevens en huurcijfers zijn betrokken. De gevolgen van de coronapandemie en het leegstandsrisico zijn niet meegenomen omdat de waardepeildatum vóór de pandemie ligt en de kapitalisatiefactor marktconform is vastgesteld. Voor de woning is de vergelijkingsmethode toegepast met referentie aan vergelijkingsobjecten. Het betoog van belanghebbende over onvoldoende vergelijkbaarheid wordt niet ontvankelijk verklaard.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de vastgestelde WOZ-waarden voldoende heeft onderbouwd en dat de beroepen ongegrond zijn. Een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de vergoeding aan de gemachtigde toekomt. De aanslagen OZB blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden en OZB-aanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.