ECLI:NL:RBZWB:2023:4298
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres werkte als orderpicker/productiemedewerker en meldde zich in 2016 ziek. Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar stelde in 2020 dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 24 december 2020. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat haar psychische en fysieke klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat de functies die haar werden aangeboden ongeschikt zijn.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door de verzekeringsarts, die alle relevante medische informatie heeft betrokken. De afwijking van eerdere beoordelingen is niet onredelijk omdat het om een nieuwe beoordeling van de situatie op de datum in geding gaat. De psychische klachten zijn volgens de verzekeringsarts grotendeels in remissie en de fysieke beperkingen zijn adequaat gemotiveerd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML passende functies geduid die eiseres kan verrichten, waarbij de belastbaarheid niet wordt overschreden. De rechtbank ziet geen reden om aan de medische en arbeidskundige beoordeling te twijfelen en wijst het verzoek om een deskundige af. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer 14 maanden, waarvan 13 maanden aan de rechterlijke fase en 1 maand aan de bezwaarfase worden toegerekend. Op grond hiervan wordt een schadevergoeding van €1.500,- toegekend, waarvan het UWV €107,14 en de Staat der Nederlanden €1.392,86 betalen. Tevens worden proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering per 24 december 2020 bevestigd.