Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
Standpunt verdediging
Standpunt officieren van justitie
Beoordeling door de rechtbank
Inleiding
Politieverkenner
Tijdlijn
nodigt de verkenner uit in het poolcentrum van zijn
vader genaamd [naam 1] . [verdachte] vertelt dat hij veel heeft
gegokt en dat met wiethandel gemakkelijk geld te verdienen
is.
heeft die aan creditkaartfraude doet en hij kondigt aan dat er
een vaderdagsfeest gaat komen.
28 juni 2017: De politieverkenner komt [verdachte] tegen in een
horecagelegenheid. [verdachte] meldt dat het vaderdagsfeest
leuk was en dat zijn vrouw en kind bijna jarig zijn.
horecagelegenheid. De politieverkenner ziet het jongere
broertje een pakketje geld aan [verdachte] geven. [verdachte] vertelt
dat zijn jongere broertje vroeger een wiethok had, maar dat
hij een pizzeria is begonnen. [verdachte] vertelt dat hij heeft
verloren met gokken. Er worden telefoonnummers
uitgewisseld tussen de politieverkenner en [verdachte] . [verdachte]
vraagt de politieverkenner of hij wil investeren in een
wiethok.
horecagelegenheid. Het jongere broertje van [verdachte] is er
ook.
horecagelegenheid en zegt hem gedag.
niet op gereageerd.
af elkaar een andere keer te zien.
niet op gereageerd.
zegt dat hij het druk heeft, maar vraagt de verkenner of hij
die week nog tijd heeft.
niet op gereageerd.
spreken.
niet op gereageerd.
volgende dag te ontmoeten.
€ 200,- terug.
€ 150.000,- krijgen. Hij twijfelde of hij het moest doen.
Toetsingskader ontvankelijkheid officieren van justitie
Grondslag handelen politieverkenner
3.Het bevel tot het inwinnen van informatie is schriftelijk en vermeldt:a. het misdrijf en indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de verdachte;b. de feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn vervuld;c. de wijze waarop aan het bevel uitvoering wordt gegeven, end. de geldigheidsduur van het bevel.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de eisen van bekwaamheid waaraan de opsporingsambtenaar moet voldoen. Voorts worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgeoefend.
Een bevel als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gegeven aan een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat, die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 126g, zesde tot en met achtste lid (https://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2023-03-01), is van overeenkomstige toepassing.
Waarborgen
Stelselmatigheid, verdenking en artikelen 6 en 8 EVRM
Aanzetten tot het plegen van strafbare feiten
Cautie en recht op consultatie en verhoorbijstand
Doorlaatverbod
.
Overschrijding redelijke termijn
Consequenties vormverzuim en overschrijding van de redelijke termijn
Conclusie
Standpunt verdediging
Standpunt officieren van justitie
Beoordeling
Conclusie
4.De beoordeling van het bewijs
De officieren van justitie stellen zich op het standpunt dat feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden gelet op de verklaringen van verdachte tegenover de politieverkenner en de overige door hen in het requisitoir aangehaalde bewijsmiddelen die deze verklaringen ondersteunen.
Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 1] en de criminele organisatie. Het medeplegen heeft betrekking op de voorbereiding, de planning en de feitelijke uitvoering van de verlengde invoer van cocaïne. Verdachte is in overleg met anderen tot afstemming gekomen over de palletnummers, de aankomstdatum, de wijze waarop de doorvoer dient plaats te vinden en hoe er door verdachte geparticipeerd moet worden.
De op 10 en 11 oktober 2018 in Ritthem en Moerdijk in beslag genomen partijen drugs zijn bestemd voor verdachte en diens medeverdachten. De bij [medeverdachte 2] op zijn pc en bij de plafondverlichting in zijn schuur aangetroffen (kopie)stickers, zijn gelijk aan de stickers van de deklading van beide pallets die bij [bedrijf 1] zijn aangeleverd. De bananen op de pallets hebben een opvolgend coderingsnummer, zij zijn uit hetzelfde land afkomstig en hebben dezelfde plantage als herkomst. Bovendien zijn beide ladingen in de haven van Vlissingen binnengekomen en bestemd voor [bedrijf 1] . De wijze van verpakking van de drugs en het gebruikte drugslogo komen overeen. De beide pallets zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er kan worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen, gericht op de verlengde invoer van zowel de 400 kilogram cocaïne in pallet [cijferreeks 1] als de 400 kilogram cocaïne in pallet [cijferreeks 2] .
Verdachte is de “linking pin” tussen de opdrachtgevende criminele organisatie en de feitelijke uitvoerder ter plaatse bij [bedrijf 1] . Hij heeft [medeverdachte 3] benaderd om deze klus uit te voeren en hem een betaling van € 35.000,- beloofd. Daarnaast heeft verdachte [medeverdachte 3] geïnformeerd over wanneer de pallet met cocaïne zal arriveren, om welk palletnummer het gaat en wanneer de pallet weer wordt opgehaald bij [bedrijf 1] . Verdachte doet er alles aan om controle te blijven houden over de handelingen die [medeverdachte 3] moet verrichten. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de verlengde invoer van 60 kilogram cocaïne. Het onder feit 4 ten laste gelegde is daarmee wettig en overtuigend bewezen.
De verdediging is van mening dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor witwassen. Er zijn geen grote contante geldbedragen aangetroffen bij verdachte en de aangetroffen geldbedragen en geconstateerde uitgaven kunnen worden verklaard met de gokinkomsten van verdachte.
Indien er wel tot een bewezenverklaring van witwassen kan worden gekomen, dan is de verdediging van mening dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte € 215.000,- heeft witgewassen. De verdediging verzoekt bij een bewezenverklaring uit te gaan van de bedragen die daadwerkelijk bij verdachte zijn aangetroffen.
Feit 1: Verlengde invoer van 100 kilogram cocaïne in de periode 4 september 2018 tot en met 27 september 2018
Feiten
Beoordeling verlengde invoer 100 kilogram cocaïne
Beoordeling medeplegen
Conclusie
Feit 2: Verlengde invoer van 400 kilogram cocaïne in de periode van 4 september 2018 tot en met 10/11 oktober 2018 enFeit 3: Voorbereiding invoer van twee keer 400 kilogram cocaïne in de periode van 27 september 2018 tot en met 11 oktober 2018
Feiten
" [titel] ". De twee rollen met stickers lagen bij de plafondverlichting verstopt, waarbij het de bedoeling lijkt te zijn geweest om de stickers aan het zicht te onttrekken. Uit politieonderzoek komt naar voren dat deze stickers niet in Nederland worden aangebracht op de pallets, maar in het buitenland. De bestickering vindt plaats voordat de verscheping is aangevangen. In de computer van [medeverdachte 2] werden fotobestanden aangetroffen. Op de afbeeldingen stonden coderingstickers (waaronder code [cijferreeks 1] en code [cijferreeks 2] ), pallets met bananendozen, pakketten cocaïne geseald in plastic folie en pakketten cocaïne verstopt tussen bananen.
“Dus uh morgen hebben we die dinge en overmorgen checken we het.”[medeverdachte 1] stemde daarmee in. Wanneer de geschiedenis van de telefoon van [medeverdachte 1] is geanalyseerd, blijkt dat hij die dag op internet een zoekslag heeft verricht. Daarbij zijn de zoektermen ‘Vlissingen’, ‘drugs’, ‘bananen’ en ‘cocaïne’ gebruikt. Een dag later stuurde verdachte per sms naar [medeverdachte 1] de [cijferreeks 2] . Op 11 oktober 2018 had [medeverdachte 1] een gesprek met een zekere [naam 7] , waarin hij heeft opgemerkt dat zij er één binnen hebben kunnen zetten, maar de andere onderschept is in Vlissingen. Hierdoor zou hij 35 ontvangen in plaats van 70. Op 12 oktober 2018 vroeg [medeverdachte 1] aan verdachte wat de stand van zaken is. [medeverdachte 1] kreeg als reactie terug dat hij het één en ander moet afwachten.
(de rechtbank begrijpt dat met ‘ de Hollander ’ [medeverdachte 1] wordt bedoeld).Dit bedrag is bedoeld voor twee pallets die dan nog klaar staan, aldus verdachte. De Hollander deed namelijk goed mee en zonder hem had [verdachte] het niet gedurfd om de pallet te wisselen. In de dagen na 11 oktober 2018 heeft verdachte in verschillende tapgesprekken aangegeven dat er acht barki, 800, 800 kilo of 800 stuks zijn onderschept. Het zou daarbij gaan om vier barki of 400 per stuk
(de rechtbank begrijpt dat met de term barki, het getal 100 wordt bedoeld).De politieverkenner vernam later van verdachte dat de Hollander daarom de helft zou krijgen, dit is € 35.000,-.
Beoordeling betrokkenheid verlengde invoer 400 kilo cocaïne en voorbereidingshandelingen twee keer 400 kilo cocaïne (feit 2 en 3)
(de rechtbank begrijpt op 11 oktober 2018)eruit te halen. Verdachte heeft diezelfde datum tegenover [medeverdachte 1] aangekondigd dat het morgen (10 oktober 2018) aankomt en zij het overmorgen (11 oktober 2018) zullen controleren. De door verdachte vermelde data tegenover [medeverdachte 9] en [medeverdachte 1] blijken te kloppen met de realiteit ten aanzien van de beide ladingen die hem worden verweten. De politie heeft namelijk op de aankomstdatum van 10 oktober 2018 tweemaal 400 kilogram cocaïne aangetroffen. Verdachte en [medeverdachte 1] waren op de controledatum van 11 oktober 2018, tussen 04.00 uur en 05.00 uur, als enige bij [bedrijf 1] aanwezig. De bevindingen uit het observatieverslag en het dienstrooster van [bedrijf 1] die week laten hier geen misverstand over bestaan.
Medeplegen (feit 2 en 3)
Verlengde invoer (feit 2)
Hoeveelheid cocaïne feit 2
Voorbereidingshandelingen (feit 3)
Conclusie feit 2
Conclusie feit 3
Feit 4: Verlengde invoer van 60 kilogram cocaïne in de periode van 4 september 2018 tot en met 29 januari 2019
Feiten
Beoordeling verlengde invoer 60 kilo cocaïne
Verlengde invoer
Medeplegen
Conclusie
Feit 5: Verlengde invoer van 400 kilogram cocaïne in de periode van 4 september 2018 tot en met 3 februari 2019
Feiten
(de rechtbank begrijpt dat met vier barki, het getal 400 wordt bedoeld).Verdachte zei op 2 februari 2019 tegen [medeverdachte 5] dat hij vannacht klaar moest staan en dat zij het plan van gisteren zouden uitvoeren. Daarnaast werd [medeverdachte 5] die dag door verdachte gevraagd om [medeverdachte 4] te ontvangen en zich even met hem bezig te houden, totdat hij is teruggekeerd van een afspraak. [medeverdachte 5] stemde daarmee in. Later die nacht, om 04.40 uur, vroeg [medeverdachte 5] aan verdachte om instructies. Verdachte zei dat [medeverdachte 5] kon terugkeren. De telefoon van [medeverdachte 5] straalde op dat moment een zendmast aan op de Zwaluwsedijk in Moerdijk.
Beoordeling verlengde invoer 400 kilo cocaïne
Verlengde invoer
Medeplegen
Conclusie
Feit 6: Witwassen van € 215.000,-
Feiten
€ 140.000,- tegoed heeft. Zijn moeder vermaande verdachte hierop dat hij eerlijk moet gaan werken. Op 18 oktober 2018 had verdachte een gesprek met de politieverkenner hierin spreekt hij wederom over het feit dat hij nog € 140.000,- tegoed heeft. Hij benoemt hierbij dat hij dit bedrag tegoed heeft van de organisatie. Uit de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen volgt dat verdachte uiteindelijk van dit bedrag € 135.000,- heeft gekregen. Zo spreekt verdachte in een tapgesprek met [medeverdachte 3] op 23 december 2018 over het feit dat hij € 40.000,- heeft gekregen. Op 6 januari 2019 zegt verdachte in een tapgesprek met een onbekende man dat hij de week daarna € 100.000,- zal krijgen. Dit blijkt ook te zijn gebeurd want op 24 januari 2019 zegt verdachte tegen [medeverdachte 3] dat er nog
Beoordeling
€ 80.000,- heeft ontvangen. Op 18 oktober 2018 heeft verdachte aan de politieverkenner verteld dat hij nog € 140.000,- tegoed had van de organisatie. De rechtbank begrijpt dat verdachte met de organisatie de personen bedoelt die zich bezighielden met het invoeren van cocaïne. Wanneer dit in de tijdlijn van dit dossier wordt geplaatst dan moet dit bedrag zien op de werkzaamheden voor de organisatie die verdachte heeft verricht op 10 en 11 oktober 2018. Uit de tapgesprekken in de periode van december 2018 tot en met januari 2019 blijkt dat van dit bedrag in totaal € 135.000,- aan verdachte is betaald. Gelet op deze bevindingen kan de rechtbank vaststellen dat verdachte met zijn eigen strafbare feiten op 27 september 2018 en 10 en 11 oktober 2018 in totaal € 215.000,- heeft verdiend.
Conclusie
Feit 7: Deelname aan een crimineel samenwerkingsverband
Feiten
Wat is een crimineel samenwerkingsverband?
Beoordeling
Conclusie
in de periode van 4 september 2018 tot en met 27 september 2018, te Vlissingen en/of Moerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, en opzettelijk heeft vervoerd, 100 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, en opzettelijk heeft vervoerd, 4,2 gram cocaïne (een pallet met bananendozen gestickerd 763 0684), zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de periode van 27 september 2018 tot en met 11 oktober 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het binnen het grondgebied van Nederland brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, van 400 kg (een pallet met bananendozen gestickerd met [cijferreeks 1] ) en 400 kg (een pallet met bananendozen gestickerd met [cijferreeks 2] ), zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- zich en/of anderengelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en/of
- een ander heeft getracht te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn,
- contact onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt met betrekking tot het invoeren en/of vervoeren van die cocaïne, en
- bananendozen op pallets (vals) gestickerd met de nummers [cijferreeks 1] en [cijferreeks 2] , en
- pallets met (valse) stickers op bananendozen klaar gezet om te fungeren als deklading voor door te voeren pallets met bananendozen met die genoemde hoeveelheden cocaïne, en
- een pallet met bananendozen (met cocaïne) gestickerd met [cijferreeks 2] gezocht en uit de bedrijfsvoorraad van [bedrijf 1] gehaald, en
- een pallet met bananendozen (met cocaïne) gestickerd met [cijferreeks 2] in een vrachtwagen geladen (met de bestemming Den Haag);
in de periode van 4 september 2018 tot en met 29 januari 2019, te Vlissingen en/of Moerdijk en/of Etten-Leur, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, en opzettelijk heeft afgeleverd en vervoerd, ongeveer 60 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de periode van 4 september 2018 tot en met 3 februari 2019, te Vlissingen en/of Moerdijk en/of IJmuiden, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet, en opzettelijk heeft afgeleverd en vervoerd, 400 kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
in de periode van 4 september 2018 tot en met 10 juni 2019, te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander,
voorwerpen, te weten geldbedragen van in totaal 80.000 euro en 135.000 euro,
heeft verworven en voorhanden heeft gehad en van deze geldbedragen gebruik heeft gemaakt
terwijl verdachte en zijn mededader wisten dat die hoeveelheid geld - onmiddellijk - afkomstig was uit enig eigen misdrijf;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde of vijfde lid en/of artikel 10a
eerste lid van de Opiumwet;
een gevangenisstraf van 8 jaren;