ECLI:NL:RBZWB:2023:4123
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen niet-ontvankelijkheid loonbelastingteruggave 2019-2021 afgewezen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting over de jaren 2019 tot en met 2021, waarbij hij teruggave van de ingehouden loonbelasting verzocht. De inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank behandelde de beroepen van belanghebbende op 3 mei 2023 en concludeerde dat de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Belanghebbende had zijn grieven tegen deze niet-ontvankelijkverklaring tijdens de zitting laten varen, waardoor het geschil over de ontvankelijkheid kwam te vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 26 april 2022 terecht als bezwaarschrift werd aangemerkt, maar dat deze buiten de wettelijke termijn was ingediend. Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van het griffierecht en geen vergoeding van proceskosten.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaren zijn ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.