ECLI:NL:RBZWB:2023:4120
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering Niet in Nederland Belastbaar Inkomen wegens aftrekposten eigen woning en zorgkosten
Belanghebbende, een Nederlandse staatsburger woonachtig in Duitsland, ontving in 2019 een AOW-uitkering van €9.829 en deed aangifte als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. De inspecteur stelde het NiNbi vast op €9.829 zonder aftrekposten, en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de aftrekposten eigen woning (€8.053) en specifieke zorgkosten (€5.759) voor de helft in aanmerking genomen moeten worden. Hierdoor moet het NiNbi worden verminderd met €6.907, resulterend in een nieuw bedrag van €2.922.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de inspecteur het NiNbi moet verminderen tot €2.922. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en reiskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter Beukers-van Dooren en griffier Van Balkom op 14 juni 2023 te Breda en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Partijen kunnen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. De uitspraak wordt pas uitgevoerd nadat deze onherroepelijk is geworden. De zaak betreft de juiste vaststelling van het NiNbi voor het jaar 2019 en de toepassing van aftrekposten bij buitenlandse belastingplichtigen.
Uitkomst: Het NiNbi voor 2019 wordt verminderd tot €2.922 en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en reiskosten.