ECLI:NL:RBZWB:2023:4063
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen stopzetting WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op eigen verzoek
Eiseres ontving sinds september 2020 een WW-uitkering en trad per april 2022 in dienst bij een werkgever met een tijdelijk contract als productiemedewerker. Zij nam ontslag omdat zij de werkzaamheden en de omstandigheden op de werkvloer als te zwaar, onprettig en onveilig ervaarde. Het UWV stelde dat zij verwijtbaar werkloos was omdat zij zelf ontslag had genomen zonder dat er een acute noodzaak was om het dienstverband te beëindigen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd. Zij had de onveilige situatie en het inwerktraject bespreekbaar kunnen maken bij haar werkgever. Ook ontbraken medische stukken die het ontslag wegens gezondheidsredenen konden onderbouwen.
Verder was het niet aannemelijk dat het UWV verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende te informeren over de gevolgen van ontslag. Eiseres droeg zelf de verantwoordelijkheid om op de hoogte te zijn van haar verplichtingen. Daarom is het besluit van het UWV om de uitkering stop te zetten terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de WW-uitkering stop te zetten wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.