Op 15 juni 2022 stak verdachte met een stanleymes in het been van het slachtoffer tijdens een ruzie in een migrantenhotel. Verdachte bekende de handeling, maar ontkende opzet op doodslag. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor voorwaardelijk opzet op overlijden, waardoor verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag.
Voor de poging tot zware mishandeling ontbrak het aan medische gegevens en bewijs dat het letsel als zwaar lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd. Ook was onduidelijk of verdachte met kracht had gestoken of gesneden. Hierdoor kon de rechtbank deze poging niet bewezen verklaren en sprak verdachte ook hiervan vrij.
Hoewel het toebrengen van de snijwond een strafbare mishandeling oplevert, was dit niet ten laste gelegd, zodat verdachte ook daarvoor vrijgesproken werd. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd niet inhoudelijk behandeld wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank gelastte teruggave van het in beslag genomen stanleymes en hief de voorlopige hechtenis op.