ECLI:NL:RBZWB:2023:3837
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekering Wet langdurige zorg bij verblijf in het buitenland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dat hij vanaf 24 juli 2017 verzekerd is voor de Wet langdurige zorg (WLZ). Hij stelde dat hij vanaf 2016 tot begin 2019 in Engeland woonde en zich in juli 2017 slechts tijdelijk in Nederland inschreef voor praktische zaken. De rechtbank heeft beoordeeld of de SVB op goede gronden heeft aangenomen dat eiser vanaf genoemde datum verzekerd was.
De kernvraag betrof de woonplaats van eiser, aangezien de WLZ-uitkering afhankelijk is van het wonen in Nederland. Hoewel eiser zich op 24 juli 2017 in de Nederlandse basisregistratie personen (brp) inschreef, stelde hij dat hij feitelijk in Engeland woonde. Hij heeft echter geen bewijs overgelegd dat dit aannemelijk maakt, zoals bankafschriften of andere documenten. Zijn beroep op bewijsnood werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk maakte dat het verkrijgen van bewijs onmogelijk was.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij op en na 24 juli 2017 in Engeland woonde. Daarom is het besluit van de SVB dat hij vanaf die datum verzekerd is voor de WLZ juist. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit dat hij vanaf 24 juli 2017 verzekerd is voor de WLZ blijft in stand.