ECLI:NL:RBZWB:2023:3724
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslagen omzetbelasting en hoorrecht in bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over maart en september 2016 en bijbehorende belastingrentebeschikkingen. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd op het btw-nummer van belanghebbendes eenmanszaak, terwijl de omzetbelasting aanvankelijk was voldaan op het btw-nummer van een combinatie met zijn echtgenote. De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht niet is geschonden omdat belanghebbende niet op uitnodigingen voor een hoorgesprek is ingegaan en niet is verschenen.
De naheffingsaanslagen zijn terecht vastgesteld omdat de omzetbelasting aanvankelijk op het verkeerde btw-nummer was voldaan en dit is hersteld, waardoor geen sprake is van dubbele heffing. De belastingrentebeschikkingen worden vernietigd omdat de inspecteur deze intrekt. Het verzoek tot gedeeltelijke herziening van een onherroepelijke uitspraak uit 2021 wordt afgewezen omdat de feiten en omstandigheden reeds bekend waren en herziening niet is toegestaan voor inhoudelijke herbeoordeling.
De rechtbank bepaalt dat de naheffingsaanslagen in stand blijven, de belastingrentebeschikkingen worden vernietigd en de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. Het beroep om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen, waardoor deze uitspraak ongewijzigd blijft.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting blijven in stand, de belastingrentebeschikkingen worden vernietigd en het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak wordt afgewezen.