ECLI:NL:RBZWB:2023:3549
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 4 oktober 2019 waarin haar een WIA-uitkering werd geweigerd. Na een tussenuitspraak van de rechtbank en nader medisch onderzoek door verzekeringsartsen, heeft het UWV op 29 november 2022 een gewijzigde beslissing genomen waarbij verzoekster met terugwerkende kracht recht kreeg op een IVA-uitkering vanaf 30 mei 2019.
Hierna trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten, waaronder kosten voor rechtsbijstand, verzekeringsartsen en reiskosten.
De rechtbank matigde de gedeclareerde tarieven van de verzekeringsartsen aan de hand van het maximale uurtarief volgens de Awb en het Besluit tarieven in strafzaken. Ook werd een redelijke reiskostenvergoeding toegekend op basis van openbaar vervoer. Het griffierecht werd door het UWV rechtstreeks aan verzoekster vergoed.
De totale proceskostenvergoeding aan verzoekster bedroeg € 6.159,99. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 19 mei 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan verzoekster tot een bedrag van € 6.159,99.