ECLI:NL:RBZWB:2023:3502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking WIA-besluit door UWV
Verzoeker ontving op 26 maart 2019 een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 77,45%. Na melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid op 25 mei 2020 handhaafde het UWV bij besluit van 17 februari 2021 het percentage op 71,21%. Verzoeker maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard bij besluit van 14 juli 2021. Hiertegen stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 30 juni 2022 was verzoeker aanwezig met gemachtigde, het UWV was verhinderd. De rechtbank heropende het onderzoek en liet een deskundigenonderzoek uitvoeren, waarvan het rapport op 19 december 2022 werd ontvangen. Vervolgens trok het UWV op 14 maart 2023 het bestreden besluit in en stelde een theoretische verdiencapaciteit nihil vast met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond was en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten voor de beroepsfase, inclusief kosten voor deskundigenrapportages en griffierecht, totaal € 3.750,83.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 3.750,83.