ECLI:NL:RBZWB:2023:3253

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 mei 2023
Publicatiedatum
12 mei 2023
Zaaknummer
BRE-12_4548_tm_4550
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbInvorderingswet 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd over geschil verrekening belastingaanslagen

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst over de verrekening van een bedrag van €2.662,- van een omzetbelastingaanslag met aanslagen inkomstenbelasting over 2018 en 2019.

De rechtbank oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is om over dit geschil te beslissen, omdat de bestuursrechter volgens de Invorderingswet 1990 niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger betreffende verrekening van bedragen, tenzij in de regelgeving een uitzondering is gemaakt. Deze uitzondering geldt niet voor de onderhavige verrekening.

Daarom kan belanghebbende geen beroep instellen bij de bestuursrechter en evenmin bezwaar maken. Het geschil kan worden voorgelegd aan de civiele rechter. De rechtbank heeft belanghebbende hierover geïnformeerd en verzocht het beroep in te trekken, maar hierop is niet gereageerd.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en heft geen griffierecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 mei 2023.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het geschil over verrekening van belastingaanslagen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/4548 tot en met 22/4550

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.

Procesverloop

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 9 augustus 2022, betreffende de verrekening van een bedrag van € 2.662,- van de aanslag omzetbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer].O.04.2040 met de aanslagen inkomstenbelasting 2018 en 2019 met aanslagnummer [aanslagnummer].H.80.01 en [aanslagnummer].H.96.01, beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de rechtbank kennelijk onbevoegd is.
De (fiscale) bestuursrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingsweg 1990 [1] . Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de (fiscale) bestuursrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken [2] . Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de civiele rechter.
De rechtbank is dus kennelijk onbevoegd.
De griffier heeft bij brief van 28 september 2022 belanghebbende bovenstaande voorgehouden en verzocht het beroep in te trekken. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 31 oktober 2022, met een laatste termijn van twee weken na dagtekening van die brief. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief bezorgd op het door belanghebbende opgegeven adres. Er is niet op het verzoek gereageerd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Omdat de rechtbank onbevoegd is, is ervan afgezien om griffierecht te heffen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 12 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).