ECLI:NL:RBZWB:2023:3156
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres ontvangt sinds 2017 bijstand als alleenstaande ouder. Het college vermoedde dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met de vader van haar kinderen en voerde een onderzoek uit, inclusief huisbezoek en observaties. Het college trok de bijstandsuitkering over de periode 1 april tot 25 oktober 2021 in en vorderde terugbetaling van ontvangen bedragen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelt dat uit het onderzoek blijkt dat eiseres en de man hun hoofdverblijf deelden, wat leidt tot een onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding volgens de Participatiewet. De intrekking van de uitkering is daarom rechtmatig. Het beroep op discriminatie en onrechtmatigheid van het onderzoek wordt verworpen.
Ook de terugvordering is terecht, omdat eiseres geen onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen aannemelijk heeft gemaakt. Hoewel het college de hoorplicht in de bezwaarfase schond, is eiseres niet in haar belangen geschaad omdat zij haar standpunten in de beroepsprocedure kon toelichten. De beroepen worden ongegrond verklaard, met een proceskostenveroordeling ten laste van het college.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden ongegrond verklaard.