ECLI:NL:RBZWB:2023:3119
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring bezwaar woonvoorziening en afwijzing schadevergoeding
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om geen woonvoorziening toe te kennen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Eiseres stelde dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en dat het college onbehoorlijk had gehandeld door het bezwaar niet tijdig te behandelen. De rechtbank oordeelde dat het college de beslissing op bezwaar weliswaar te laat had genomen, maar dat dit niet uitsluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het bezwaar had geen procesbelang omdat het resultaat dat eiseres nastreefde niet meer bereikt kon worden.
Verder verzocht eiseres om vergoeding van immateriële schade wegens de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat ondanks de overschrijding van tien maanden, geen sprake was van spanning en frustratie die vergoeding rechtvaardigen, omdat het bezwaar slechts tot doel had een andere afwijzingsgrond en datum te verkrijgen zonder ander resultaat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Eiseres krijgt het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 4 mei 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.