ECLI:NL:RBZWB:2023:3116
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugvordering Ziektewet-uitkering wegens te late indiening
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV van 26 november 2020 over de terugvordering van een teveel betaalde Ziektewet-uitkering. Het bezwaar werd door het UWV aangemerkt als beroep en aan de rechtbank voorgelegd. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroepschrift pas op 7 februari 2023 werd ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die eindigde op 7 januari 2021.
Eiser voerde aan het besluit pas recentelijk in bezit te hebben gekregen doordat het aan zijn gemachtigde was gestuurd en niet aan hem persoonlijk. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat het handelen of nalaten van een gemachtigde voor rekening en risico van eiser komt. Dit leidt tot de conclusie dat het te laat indienen niet verontschuldigbaar is.
Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen op 4 mei 2023 en is zonder zitting gewezen. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.