Uitspraak
1.De procedure
- de brief van 6 april 2023 van mr. Oomen met de producties 1 tot en met 5 van [gedaagde] ;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 11 april 2023;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak vordert een Senior Servicedesk Engineer schorsing van het concurrentiebeding dat hem verbiedt na beëindiging van zijn dienstverband bij zijn werkgever in dienst te treden bij een directe concurrent. De werknemer wil overstappen naar een concurrent binnen een straal van 55 kilometer, maar de werkgever weigert ontheffing te verlenen. De werknemer heeft zich ziek gemeld en verricht sinds die tijd geen werkzaamheden meer.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een geldig concurrentiebeding en dat de werkgever een zwaarwegend belang heeft bij handhaving, omdat de werknemer beschikt over concurrentiegevoelige technische kennis en klantbinding binnen een nichemarkt. De werkgever heeft aannemelijk gemaakt dat de concurrent voordeel kan halen uit de overstap van de werknemer.
Het belang van de werkgever weegt voorshands zwaarder dan het belang van de werknemer bij vrije arbeidskeuze. De werknemer heeft een ontwikkeltraject binnen de werkgever en de reden voor overstap is niet uitsluitend carrièremogelijkheden elders. Daarom wordt de primair gevorderde volledige schorsing afgewezen.
Wel wordt het concurrentiebeding geschorst voor zover het de duur van zes maanden na beëindiging van het dienstverband overstijgt, omdat het belang van de werkgever in de loop van de tijd afneemt en onvoldoende is onderbouwd voor de volledige duur van één jaar. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst voor zover het de duur van zes maanden na beëindiging van het dienstverband overstijgt.