ECLI:NL:RBZWB:2023:239
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep inkomstenbelasting 2017 en 2018
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van 17 maart 2022 betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2017 en 2018. De inspecteur heeft bij brief van 16 augustus 2022 aangegeven alsnog tegemoet te komen aan belanghebbende, waarna het beroep werd ingetrokken met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. De inspecteur erkende dat er sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand door een derde en stemde in met vergoeding van de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming de inspecteur veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 700,64, bestaande uit vergoeding voor rechtsbijstand en reis- en verblijfkosten. Tevens wijst de rechtbank erop dat het griffierecht door de inspecteur moet worden vergoed.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 700,64 aan proceskosten aan belanghebbende.