ECLI:NL:RBZWB:2023:2387
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen motorrijtuigenbelasting niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag motorrijtuigenbelasting met dagtekening 20 november 2019. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend, namelijk op 22 februari 2020, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Belanghebbende gaf geen reden voor deze termijnoverschrijding.
De rechtbank toetste dit besluit en bevestigde dat de termijn niet was overschreden op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Zonder verontschuldiging kon het bezwaar terecht niet-ontvankelijk worden verklaard. Het beroep tegen dit besluit werd daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Daarnaast verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de ambtshalve beslissing van de inspecteur om de aanslag niet te verminderen, omdat dergelijke beslissingen niet voor bezwaar en beroep vatbaar zijn en alleen bij de civiele rechter kunnen worden aangevochten.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 7 april 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de motorrijtuigenbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder verontschuldiging; de rechtbank is onbevoegd voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing.