ECLI:NL:RBZWB:2023:235
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nadere motivering. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift wel voldoet aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro, omdat het ten minste naam, omschrijving van het besluit en gronden bevat. De rechtbank stelt vast dat de gronden niet ontbreken en dat het bezwaar voldoende gemotiveerd is, ook al werd er om uitstel van nadere motivering gevraagd en werd hier uiteindelijk niet op gereageerd.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug aan de heffingsambtenaar voor een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €50 aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.