ECLI:NL:RBZWB:2023:231
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij bezwaar tegen WOZ-waarde
De belanghebbende heeft via een gemachtigde beroep ingesteld tegen de bij beschikking vastgestelde WOZ-waarde van een pand. De rechtbank constateert dat bij het beroepschrift geen machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat de gemachtigde bevoegd is om namens de belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft de gemachtigde tweemaal verzocht om binnen een gestelde termijn het ontbreken van de machtiging te herstellen, waarbij de laatste termijn verstreek zonder dat een machtiging werd ingediend of een verontschuldiging werd gegeven. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
Daarnaast heeft de belanghebbende een verzoek ingediend om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn niet is overschreden en wijst dit verzoek af. Een proceskostenveroordeling wordt eveneens niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.