Op 10 juni 2021 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder het bezit van hennep en hasj, gevaarlijk rijgedrag tijdens een vlucht voor de politie, en het vernielen van een schuur en een hekwerk. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen, bekennende uitspraken en waarnemingen van verbalisanten.
Verdachte reed met hoge snelheid en voerde gevaarlijke manoeuvres uit, waaronder het negeren van een rood licht en het oversteken van een spoorwegovergang terwijl de slagbomen omlaag waren. Dit gedrag bracht andere weggebruikers in levensgevaar. Daarnaast vernielde hij opzettelijk eigendommen van anderen tijdens zijn vlucht.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had bij een van de vernielingen en vroeg rekening te houden met zijn positieve gedragsverandering sinds de feiten. De rechtbank oordeelde dat het gevaarlijke rijgedrag en de vernielingen ernstig waren, maar hield ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaar, en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Verdachte werd vrijgesproken van een deel van de vernielingen wegens gebrek aan bewijs.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 april 2023.