ECLI:NL:RBZWB:2023:222
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet tijdige betaling parkeervergunning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Tilburg omdat zij op 12 oktober 2021 parkeerde zonder geldige parkeervergunning. De vergunning was verstrekt voor de periode 1 oktober 2020 tot en met 30 september 2021, maar de verlenging voor het volgende tijdvak was niet tijdig betaald vanwege een mislukte automatische incasso. Belanghebbende stelde dat zij niet op de hoogte was van de betalingsherinneringen omdat deze in haar spambox terechtkwamen en dat zij verkeerd was geïnformeerd door een medewerker van de gemeente.
De rechtbank oordeelde dat parkeerbelasting direct bij het parkeren verschuldigd is en dat de parkeervergunning pas geldig is na tijdige betaling. Omdat belanghebbende pas op 14 oktober 2021 betaalde, was de vergunning op 12 oktober 2021 niet geldig. De omstandigheden dat e-mails niet werden gezien en het onvoldoende saldo op de rekening liggen in de risicosfeer van belanghebbende. Ook kon zij niet vertrouwen op een telefonische mededeling dat betaling en bezwaar de situatie zouden oplossen.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de parkeervergunning op het moment van parkeren niet geldig was.