ECLI:NL:RBZWB:2023:220
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarden hotelsuites afgewezen wegens gebrek aan direct financieel belang
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van meerdere hotelsuites die op 1 januari 2020 zijn vastgesteld door de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland. De heffingsambtenaar handhaafde de waarden, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende geen aanslagen onroerendezaakbelasting ontving en ook geen direct financieel nadeel ondervindt van de vastgestelde WOZ-waarden, waardoor het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb niet werd vervuld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom kennelijk ongegrond is en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar niet was overschreden. Tevens werd vastgesteld dat belanghebbende geen bezwaar of beroep had ingesteld tegen de aanslagen rioolheffing, die niet gebaseerd zijn op de WOZ-waarden.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 17 januari 2023 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. De beroepen werden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-beschikkingen worden ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.