ECLI:NL:RBZWB:2023:204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens correcte bezoekersregeling
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat haar auto op 3 juni 2021 zonder betaling van parkeerbelasting stil stond aan de [straat] te Breda. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag na bezwaar, stellende dat parkeren zonder voorafgaande betaling niet is toegestaan.
Belanghebbende voerde aan dat zij gebruik wilde maken van de bezoekersregeling van haar gemachtigde, die woonachtig is aan dezelfde straat en bereid is parkeerbelasting voor gasten te betalen. Omdat de gemachtigde niet thuis was, kon de regeling niet worden gestart. Belanghebbende is direct vertrokken nadat zij dit constateerde, wat volgens haar ook een uitvoeringshandeling is.
De rechtbank oordeelt dat parkeerbelasting direct bij aanvang van het parkeren verschuldigd is, maar dat een redelijke termijn geldt om de betaling te starten. De rechtbank acht de verklaring van belanghebbende en haar gemachtigde geloofwaardig en concludeert dat belanghebbende onafgebroken handelde om de betaling te verrichten en de parkeerplaats verliet toen dit niet lukte.
Daarmee is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd en gehandhaafd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de naheffingsaanslag en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.