ECLI:NL:RBZWB:2023:1815
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over overschrijding beslistermijn kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 22 februari 2021 een verzoek tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag ingediend. De Belastingdienst heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit verzoek beslist, waarna eiseres op 27 december 2022 een ingebrekestelling stuurde. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. De Belastingdienst had verzocht om een langere termijn van dertien weken, maar de rechtbank acht zes weken redelijk gezien het grote aantal verzoeken en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Daarnaast stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442 omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting omdat dit niet nodig is volgens artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande op 16 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van zes weken op voor het nemen van een besluit en stelt een dwangsom vast voor de overschrijding.