ECLI:NL:RBZWB:2023:1790

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
17 maart 2023
Zaaknummer
BRE-22-4672
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep inkomstenbelasting 2018

Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018 en verzocht om proceskostenvergoeding voor de hoorzitting in de bezwaarfase. De inspecteur kwam inhoudelijk tegemoet, waarna belanghebbende het beroep introk met een verzoek tot proceskostenvergoeding.

De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aan het beroep was tegemoetgekomen en dat de initiële kostenvergoeding onjuist was vastgesteld omdat ook een hoorgesprek had plaatsgevonden. Daarom werd de proceskostenvergoeding alsnog juist vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot betaling van € 1.429,- aan proceskosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand en wees erop dat het griffierecht van € 50,- door de inspecteur vergoed moet worden. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 17 maart 2023.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.429,- aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4672

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Procesverloop

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 9 september 2022 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2018 met aanslagnummers [aanslagnummer] en daarbij verzocht om alsnog een kostenvergoeding toe te kennen voor de hoorzitting in de bezwaarfase.
Bij brief van 2 november 2022 heeft de inspecteur aangegeven aan de inhoudelijke klachten van belanghebbende tegemoet te komen.
Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende de beroepen ingetrokken met daarbij het verzoek de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat er een punt kan worden toegekend voor het indienen van het beroepschrift door een derde beroepsmatige rechtsbijstandsverlener en conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is de inspecteur tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende. De inspecteur heeft bij de initiële uitspraak op bezwaar een kostenvergoeding voor het indienen van een bezwaarschrift toegekend. Aangezien ook sprake is geweest van een hoorgesprek, is deze beslissing onjuist geweest. De rechtbank zal de bezwaarkostenvergoeding alsnog juist vaststellen.
Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende gemaakte (proces)kosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.429,- (1 punt voor het indienen van een bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 296 met een wegingsfactor 1 en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 1).
De rechtbank wijst erop dat de inspecteur op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Belanghebbende zal zich hiervoor dan ook tot de inspecteur moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.429.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 17 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.