ECLI:NL:RBZWB:2023:1782
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Schouwen-Duiveland
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het niet voldoen van parkeerbelasting na het parkeren van zijn auto aan de Ring in een plaats binnen de gemeente Schouwen-Duiveland. Tijdens een controle op 27 oktober 2021 werd geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan, waarna de naheffingsaanslag werd opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat hij direct na het parkeren probeerde te betalen, maar vanwege een andere persoon bij de parkeerautomaat eerst een brief heeft gepost bij een postagentschap in een winkel tegenover de automaat. Hij stelde dat hem een redelijke tijd gegund moest worden om de parkeerbelasting te voldoen en dat de wachttijd niet aan hem mocht worden toegerekend. Ter onderbouwing overhandigde hij een parkeerticket met aankomsttijd 10:18 uur.
De rechtbank oordeelde dat op grond van de Gemeentewet en de lokale verordening parkeerbelasting bij aanvang van het parkeren verschuldigd is en dat een redelijke tijd voor het voldoen van de belasting wordt gegund mits de handelingen direct na het parkeren worden gestart en voortgezet. Omdat belanghebbende ervoor koos eerst een brief te posten en niet direct met betalen begon, en omdat de parkeercontroleur verklaarde dat er niemand bij de automaat was tijdens het uitschrijven van de naheffingsaanslag, concludeerde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.